Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Vanuit het perspectief van de kijker zijn de Olympische Spelen in de eerste plaats de symbolische strijd tussen landen (Jarvie, 1993). Anders gezegd: de nationale vlag is het belangrijkste symbolische kader voor het kijken naar de Spelen. (Billings, 2010: 1).

Voor De Coubertin waren de Olympische Spelen juist geen politiek evenement, maar een platform voor verschillende volkeren om bij elkaar te komen. Net als zijn tijdgenoten maakte De Coubertin het onderscheid tussen de natie en de staat. De staat was een politieke institutie en de natie was het historisch gegroeide karakter van het volk.

Voor de Coubertin draaiden de Spelen om de representatie van de deelnemende volkeren en hun respectievelijke naties, en niet om politieke vertegenwoordiging of inmenging van nationale overheden.

De Spelen dienden een universeel evenement te worden dat de geografisch verdeelde volkeren van de wereld bij elkaar kon brengen. De Coubertin nam de principiële gelijkwaardigheid van naties als vertrekpunt en wilde ervoor waken dat het evenement een toneel werd voor de politieke strijd tussen staten (Bale en Krogh Christensen, 2004: 6).

Alternatieve internationale sportevenementen

In verschillende fasen van de geschiedenis van de Spelen werden er alternatieve sportevenementen georganiseerd die de concurrentie aangingen met de Olympische Spelen. Het aantal participerende landen nam geleidelijk toe in de loop van de twintigste eeuw. In 1912 publiceerde De Coubertin een artikel waarin hij advies gaf aan koloniale regimes over organisatie van regionale spelen in dezelfde geest van dat van de Olympische beweging. In periode voor de Eerste Wereldoorlog leidde dit tot een reeks regionale versies van de Spelen, die werden georganiseerd met de officiële goedkeuring van het IOC, omdat het IOC nog niet in staat was alle landen van de wereld te verenigen Zo werd de Olympische gedachte bevorderd en de autoriteit en bekendheid van de Olympische beweging bevestigd.

Met de toename van internationale aandacht voor de Olympische Spelen werd het bestaan van de alternatieve Olympische evenementen een aantasting van het universele en onpolitieke karakter van de Olympische beweging. De Coubertin en het IOC waren daarom blij te zien dat de meeste regionale evenementen de Tweede Wereldoorlog niet overleefden (Chatziefstathiou en Henry, 2012: 42). Gedurende de ontwikkeling van de Olympische Spelen maakte het aantal deelnemende staten een gestage ontwikkeling door, waardoor de Spelen nu werkelijk een wereldevenement geworden zijn. Het duurde tot 2008 voordat werkelijk alle landen deelnamen aan de Olympische Spelen.

Internationaal bevestigt de natie

Het internationalisme in de Olympische beweging probeert niet om nationale grenzen aan te tasten, maar laat ze intact. In de Spelen zijn de atleten afgevaardigden van de natie, en in principe treden ze niet op als politieke actoren. De Olympische beweging moet ervoor zorgen dat het stadion voor alle wereldvolkeren toegankelijk is, om deze reden moet de beweging haar politieke neutraliteit bewaren.

In wisselwerking met de ontwikkeling van het evenement tot een wereldwijd mediaspektakel, werd de articulatie en representatie van nationale symboliek sterker, vooral tijdens de Koude Oorlog. De verschillende landen en machtsblokken kaderden het beeldmateriaal in binnen hun eigen ideologische agenda’s

Tegelijkertijd verenigden de Spelen de toeschouwers en atleten in een internationaal narratief. De Spelen zijn zo één van de voornaamste instituties waarmee we onze nationale identiteit en positie kunnen definiëren binnen een wereldcollectief (Whannel, 2008).

Met de toename van het aantal toeschouwers groeide de interesse van nationale zendingsgemachtigden om met de Spelen het idee van een (inter-)nationale gemeenschap te versterken (Dayan en Katz, 1994; Whannel, 2009: 210).

Hoewel de nationalistische framing dominant is gebleven, is dit niet in tegenspraak met de Olympische Spelen als een gedeelde ervaring op wereldniveau.

De Olympische Spelen zijn zo een evenement geworden dat haar unieke potentie heeft kunnen verwerkelijken van ‘sociale integratie van de hoogste orde’ (Dayan en Katz, 1994).

IOC probeert het Olympische merk politiek neutraal te laten zijn

Historisch neemt het IOC het standpunt in dat het zich afzijdig dient te houden van politieke kwesties. Het IOC heeft zich uitsluitend te richten op het sportbedrijf. Gedurende de twintigste eeuw heeft het IOC hardnekkig geprobeerd haar neutraliteit te bewaren, maar vanaf de Spelen in Berlijn 1936 tot het einde van de Koude Oorlog raakten de Olympische Spelen tegen wil en dank gevangen in een proces van politisering. Een belangrijke factor hierin was het besluit van de Sovjets om van af 1952 deel te nemen aan de Spelen. Daarmee werden de Spelen ook een podium voor de concurrentie tussen de grote machtsblokken.

Het IOC reageerde op de politieke verwikkelingen door steeds meer de nadruk te leggen op de bescherming van het Olympische merk en de bijbehorende tradities en rituelen, waarmee ze haar neutrale positie nader probeerde vorm te geven en te consolideren. De Olympische symboliek en tradities hebben expres alleen heel algemene betekenissen – door deze inherente algemeeenheid zijn verschillende partijen in staat zichzelf te associëren met de Olympische beweging en zichzelf te identificeren met de figuur van de Olympische atleet.

Maar van de jaren 1960 tot de jaren 1980 eigenden nationale overheden of ‘grassroots’-bewegingen zich de Spelen toe als een platform voor politieke statements door activisme, door de uitsluiting van specifieke landen of juist door Spelen in bepaalde landen te boycotten. Ironisch genoeg leidde dus de voorzichtigheid van het IOC om haar neutraliteit te behouden tijdens de Koude Oorlog er juist toe dat de Spelen platform konden worden voor globale politiek: De neutraliteit van de Olympische symboliek en de uitbesteding van verantwoordelijkheden door het IOC aan de organiserende comités gaf landen de vrijheid om politieke betekenis te geven aan hun Olympische deelname.

De Spelen als platform voor concurrentie tussen staten

Internationale spanningen en toenemende internationale rivaliteit stimuleerden de ontwikkeling van de professionele en staat-gesponsorde ‘high performance sport’. Met name tijdens de Koude Oorlog werden atleten zo steeds meer gezien als gedisciplineerde en patriottistische vertegenwoordigers, die hun respectieve landen dienen te verdedigden in de medaillespiegels Na de opheffing van de amateurrestrictie de jaren ‘70 begonnen staten aanzienlijk te investeren in de Olympische teams. Het gebruik van doping werd een middel om het aantal binnengesleepte medailles te verhogen – iets waar ondermeer de Soviet-Unie en de VS gretig gebruik van hebben gemaakt (Kremernik, 2006: 21-22).

De-ideologisering

Als reactie op de politisering van de Spelen heeft het IOC na de 1988 spelen in Seoul sterker ingezet op een beleid van de-ideologisering. Het feit dat het IOC zich onthoudt van politieke statements moest dienen als een bevestiging van de universalistische aanspraak van de Spelen. Bovendien hebben commerciële sponsors baat bij de apolitieke en inclusieve benadering van het IOC. Vandaag de dag worden de Spelen gepresenteerd in termen van supranationaal wereldburgerschap – er wordt steeds minder aandacht besteed aan een ideologisch raamwerk en de nadruk wordt gelegd op bescherming van het gebruik van de Olympische symbolen en ander intellectueel eigendom en singuliere en spectaculaire media-evenementen.

Ondanks de apolitieke claim staat het toekennen van de Spelen aan kandidaat-steden door het IOC niet los van de politieke context – het IOC heeft zichzelf opgeworpen als een belangrijke speler in politieke situaties door de Spelen toe te kennen aan politiek betwiste gebieden, zoals het geval was in Mexico City, Seoul en Sochi. Daarnaast is er een ongelijke verdeling in de toekenning van de Spelen. Vijftig procent van alle zomerspelen zijn gehouden in Europa, het IOC heeft historisch gezien een voorkeur voor haar thuisbasis. De Spelen in Rio de Janeiro 2016 wordt de tweede keer dat Zuid-Amerika de gelegenheid krijgt het evenement te organiseren. De Spelen zijn nog nooit in Afrika georganiseerd. Het IOC interpreteert zijn apolitieke rol als een organisatie die zich toelegt op de promotie van vrede door sport. Vandaag is het IOC niet alleen de beschermer van haar meest winstgevende merk, maar ook een macht op wereldniveau met  grote niet-gouvernementele invloed.

Bronnen

Jarvie, Grant en Joseph Maguire (1996), Sport and Leisure in Social Thought, Londen: Routledge.

Billings, Andrew C. (2010): Through the minds of Billions: Identity construction in the Ultimate Megasporting Event: University lectures on the Olympics, Barcelona: Centre d’Estudis Olimpics.

Whannel, Gary (2009), ‘Television and the Transformation of Sport’, in The Annals of the American Academy of Political Science 625:1, pp. 205-18.

Dayan D. en Katz, E. eds. (1994), Media Events: Live Broadcasting of History, Cambridge: Harvard University Press.

Kremernik, Michael e.a. (2009), “A Historical Timeline of Doping in the Olymipcs (Part 1 1896-1968)” in Kawasaki Journal of Medical Welfare, 12:1, pp. 19-28.

Klaas Kuitenbrouwer, Het Nieuwe Instituut
Yuri Veerman
Random Studio & Yuri Veerman
Random Studio
Random Studio
Mikhail S. Spektor & Dr. Gilles Dutilh (University of Basel)
Marc van der Valk
Jane Szita
In-Casting
International Paralympic Committee (IPC) Olympic Television Archive Bureau (OTAB) UCLA Film & Television Archive

Dit project maakt deel uit van de programmalijn Jaarthema's en het dossier Olympische Spelen.