Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Sportevenementen bieden de gelegenheid om culturele betekenissen van sekse en gender te bevestigen, maar ook om ze te herformuleren. De Olympische Spelen ontwikkelden zich tot een platform waarop de verhouding tussen de seksen kon worden zichtbaar gemaakt en zich publiek kon vernieuwen.

Onesthetisch

In eerste instantie sprak De Coubertin zich sterk uit tegen de deelname van vrouwen. Coubertin omschreef vrouwenparticipatie in de Spelen als: “Het meest onesthetische beeld dat menselijke ogen kunnen beschouwen.”(The most un-aesthetic sight human eyes could contemplate), (Simri, 1979: 12-13). De Coubertin uitte kritiek over het groeiende aantal vrouwen dat wenste mee te doen in de atletiekevenementen, die volgens hem voorbehouden waren aan mannelijke atleten. Hij beargumenteerde: “De waardigheid van een vrouw komt haar rechtmatig toe door het aantal en de kwaliteit van de kinderen die zij produceert. Daar waar het sport aangaat is het haar grootste prestatie om haar zonen aan te moedigen om uit te blinken, in plaats van het zelf pogen om medailles te winnen” (A woman’s glory rightfully came through the number and quality of children she produced, and that where sports were concerned, her greatest accomplishment was to encourage her sons to excel rather than to seek records herself), (Spears, 1972: 63).

De Coubertin en het IOC organiseerden de Spelen op basis van het idee van tegengestelde karakteristieken tussen man en vrouw als het gaat om lichamelijke kracht, intelligentie, emotionele stabiliteit, et cetera. In de Westerse maatschappijen was brede culturele weerstand tegen de notie van de vrouwelijke atleet, met name in de sporten die kracht en uithoudingsvermogen vereisten. De militaristische en klasse-gebaseerde praktijk van moderne sport was verbonden aan het idee dat mannen en vrouwen in de maatschappij in verschillende domeinen functioneerden. Sport was daarbij deel van de door mannen gedomineerde publieke sfeer. Een actief vrouwelijk lichaam dat erop uit was om anderen te domineren was in tegenspraak met de gebalanceerde, desondanks kwetsbare orde tussen de seksen. Om deze reden werden vrouwelijke atleten geweerd uit de Olympische Spelen, zowel door De Coubertin als andere leden van het IOC.

Women's Olympics

De weigering van vrouwen in de Spelen werd vanaf 1920 bevochten door de Fédération Sportive Féminine Internationale. Het FSFI werd opgericht na mislukte pogingen om vrouwen een plaats te geven in het Olympisch atletiekonderdeel. Met name de Franse feministe Alice Milliat lobbyde voor de opname van vrouwelijke atleten, maar slaagde hier niet direct in. In protest tegen het beleid van De Coubertin en het IOC werd in 1922 de eerste Women’s Olympics georganiseerd in Parijs, een alternatief sportevenement voor vrouwen. Het evenement werd ‘Olympisch’ genoemd, wat een doorn in het oog vormde voor het IOC. De Women’s Olympics werden nog driemaal georganiseerd, in Götheborg in 1926, Praag in 1930 en voor het laatst in Londen in 1934.

Hoewel het Zweedse IOC-lid Sigfrid Endström ook weinig zag in de deelname van vrouwen, begreep hij dat hij iets moest doen met de in populariteit groeiende Women’s Olympics. Ook zag hij dat in veel landen het aantal vrouwen in sport toenam na de Eerste Wereldoorlog. In 1928 gaf Endström toestemming voor vrouwen om mee te doen aan vijf evenementen in het atletiekonderdeel in Amsterdam. Tot grote verontwaardiging van het IOC stortte verschillende vrouwelijke deelnemers in door uitputting na het afleggen van de 800-meter. Het IOC en president Baillat-Latour reageerde met het voorstel dat vrouwen volledig uit het Olympische programma moesten worden geweerd. Toen vervolgens het atletiekteam van de VS dreigde met een boycot van de 1932 Spelen bleven vrouwen toch toegestaan in het programma.

Alice Milliat onderhandelde met Endström totdat in 1932 vrouwenparticipatie werd uitgebreid, in ruil voor het verwijderen van de term ‘Olympisch’ in de Women’s Olympics. Bij de uitbereiding van deelname voor vrouwen stelde het IOC de voorwaarde dat zij de hand hield in welke evenementen werden opengesteld voor vrouwen. Daarmee verloren Milliat en het FSFI veel van hun autoriteit en zeggenschap. Van 1928 tot 1952 werd de deelname van vrouwen aan sportevenementen geleidelijk minder uitzonderlijk.

Een steeds toenemend aantal Olympische nummers is geopend voor vrouwen, maar de Spelen van 2012 in Londen waren de eerste waarin vrouwen in een gelijk aantal onderdelen uitkwamen als mannen.

Seksefraude en seksetesten

De deelname van vrouwen werd streng gemonitord door het IOC om te voorkomen dat mannen zich zouden voordoen als vrouwelijke deelnemers en zo een oneerlijke kans zouden hebben om medailles te winnen. Tijdens de Spelen in Berlijn 1936 speelde een schandaal over seksefraude: Atleten Helen Stephens, Stella Walsh en Dora Ratjen waren de eersten waarbij de vrouwelijkheid op basis van het uiterlijk publiekelijk in twijfel werd getrokken. In de media werd de sekse van Stephens betwijfeld, maar na vrijwillig te zijn onderworpen aan een testprocedure bleek dat de twijfel onterecht was. Stella Walsh, wie later de bijnaam ‘Stella the Fella’ kreeg, kwam in 1980 te overlijden in een gewelddadige overval. Bij het publiek maken van de lijkschouwingsverslagen werd bekend dat er ‘ambigue geslachtskenmerken’ waren vastgesteld. Ten slotte werd hoogspringer Dora Ratjen getest door de politie, die uitwees dat zij in werkelijkheid een man was genaamd Heinrich Ratjen. In eerste instantie gaf Ratjen toe dat ze gedwongen was door de nazi’s om zich voor te doen als vrouw, ter begunstiging van de Duitse medaillespiegel. In 2009 werd echter duidelijk dat Ratjen reeds bij haar geboorte de verkeerde sekse was toegewezen – maar dit niet in staat was kenbaar te maken na de beschuldiging van seksefraude.

Door deze gevallen achtte het IOC het nodig om ‘oneerlijk voordeel’ te voorkomen, en besloot ze om de sekse van vrouwelijke atleten wetenschappelijk vast te stellen. Sinds de jaren 1960 werkte het IOC met wetenschappelijke en medische professionals voor het ‘objectief’ verifiëren van de sexe van atleten. De test had in eerste instantie de vorm van een naaktparade, waarin de vrouwelijke atleet zonder kleding voor een arts moest verschijnen om te worden betast. Later werd deze vernederende test vervangen door de opkomst van nieuwe technologie, zoals chromosomale testtechnieken of het vaststellen van testosteronniveaus.

Hoe definieer je de seksen?

Het IOC opereerde vanuit de veronderstelling dat mensen noodzakelijk binnen één van de twee genders geplaatst kunnen worden, toch is dit onderscheid in werkelijkheid niet altijd eenvoudig te maken. Interseks of transgender atleten moeten, indien ze in aanmerking willen komen voor Olympische participatie, bewijs afleggen dat ook zij passen binnen deze kaders.

Een andere onbewezen wetenschappelijke aanname is dat hogere testosteron niveau’s automatisch leiden tot hogere prestaties. Onderzoek heeft tot dusverre geen duidelijk verband aangetoond, maar vrouwelijke atleten met statistisch uitzonderlijk hoge testosteronniveau’s worden toch uitgesloten van deelname.

De Koude Oorlog werd een katalysator voor de promotie van vrouwelijke participatie in de Olympische Spelen. De medaillespiegels hadden politieke betekenis voor de Sovjet-Unie, maar het maakte de Sovjet overheid echter niet uit of mannen of vrouwen de medailles binnenhaalden. In Westerse landen werden vrouwen weerhouden van het beoefenen van sport door een vrees voor masculinisatie maar in de oost-bloklanden trainden vrouwen net als mannen, ook in sporten die de fysiologie en lichaamsbouw veranderen als gewichtheffen. IOC president Avery Brundage bekritiseerde de ‘onvrouwelijk’ uitziende Sovjetvrouwen (Wamsley, 2004b). Het vermoeden van hormoonbehandelingen en de twijfel aan de oprechtheid van de masculien uitziende Sovjetvrouwen was een belangrijke reden voor het instellen van de sekse-verificatietesten (Beamish en Ritchie, 2006: 40-44).

De veranderingen van het beleid van het IOC en de geschiedenis van ‘sekseverificatie testen’ laten de historische veranderingen zien van verhouding tussen de seksen. Met de veranderende maatschappelijke ideeën over gender veranderde ook de behoefte van het IOC aan sekseverificatie en werd het testbeleid losgelaten.

Sinds de Koude Oorlog is de hoeveelheid vrouwelijke participanten sterk gestegen. Toch zijn vrouwen nog sterk in de minderheid in posities van zeggenschap binnen het IOC, de Nationale Olympische Comités en de Internationale Federaties.

Bronnen

Simri, U. (1979), Women at the Olympic Games, Israel: Wingate Monograph Series.

Spears, B. (1972), ‘Women in the Olympics: An unresolved problem’, in P. Graham and H. Ueberhost eds., The Modern Olympics, Cornwall: Leisure Press.

Wabsley, K.B. (2004), Womanizing Olympic Athletes: Policy and practice during the Avery Brundage era, Paper presented to the Second Rountable on Olympic Sport, Waterloo: Wilfrid Laurier University.

Beamish, Rob en Ian Ritchie (2006), “Chapter 2: Steroids: Nazi propaganda, cold war fears, and “androgenized” women”, in: Fastest, Highest, Strongest. A critique of high-performance sport, New York: Routledge.

Louis J. Elsas ea. (2000), “Gender verification of female athletes”, in Genetics in Medicine, July, 2:4, pp. 249-254.

Klaas Kuitenbrouwer, Het Nieuwe Instituut
Yuri Veerman
Random Studio & Yuri Veerman
Random Studio
Random Studio
Mikhail S. Spektor & Dr. Gilles Dutilh (University of Basel)
Marc van der Valk
Jane Szita
In-Casting
International Paralympic Committee (IPC) Olympic Television Archive Bureau (OTAB) UCLA Film & Television Archive

Dit project maakt deel uit van de programmalijn Jaarthema's en het dossier Olympische Spelen.